Vergeten Toorop portretten uit Arnhem 1919.

In 1919 vervaardigde Jan Toorop deze twee portretten in opdracht van de familie Stokvis uit Arnhem. De opdrachtgevers Philip J. Stokvis (1867-1942) en zijn vrouw Anne Stokvis-Pinkhof (1877-1956) woonden in villa Sindersenk aan de Velperweg 31 te Arnhem.

Stokvis was directeur van de Koninklijke Metaalwarenfabriek W.J. Stokvis en zijn fabriek bevond zich aan de Oude Kraan in Arnhem.

Metaalwarenfabriek W.J. Stokvis in Arnhem na het bombardement 1945

Het was een goed florerend bedrijf en maakte aanvankelijk lampen, haarden en badkamer inrichtingen. Later ook gebruiksvoorwerpen en vanaf 1934 stalen meubelen. Ze hadden een bekende industriële vormgever in dienst Johan Cornelis Stoffels (1878-1952). De D.R.U. in Ulft leverde al het gietwerk waaronder de bekende gietijzeren badkuipen, haarden (Stokvis Inventa) gasfornuizen-en komforen.

reclame affiches 20 er jaren

Waarschijnlijk heeft Frans Deurvorst Toorop geintroduceerd bij zijn zakenrelatie. De afgebeelde werken stellen hun twee kinderen voor respectievelijk zoon en dochter.

Willy (1903-1943) en Charlotte (Lottie) (1906-1990). Het echtpaar Stokvis had in December 1918 de Toorop-expositie bij Kleykamp in Den Haag gezien ter ere van zijn 60e verjaardag. Ze waren erg onder de indruk van een meisjesportret, dat bewuste werk was vermoedelijk dat van Cara Nolet, de dochter van Deurvorst’s zwager Anthony Nolet! Behalve deze portretten werd ook een tekening ,uit dezelfde tijd gemaakt, aangekocht met als titel Pitié.

Pitié 1919 Krijt,penseel en aquarel op papier 20,3 x 13,5 cm

De Joodse familie Stokvis ontving thuis regelmatig Nederlandse en internationale dirigenten en musici die in Arnhem optraden en soms ook voor concerten bij hun thuis. o.a. de Weense concertpianist en muziekpedagoog Paul Weingarten (1886-1948). De gevierde dirigent van het Concertgebouworkest Willem Mengelberg (1871-1951) was ook een graag geziene gast. Ook stond het echtpaar in contact met de internationaal bekende architect Frank Lloyd Wright (1867-1959). Vader en zoon Stokvis werden 1942’43 beide vermoord in Auschwitz, hun fabriekspand werd in 1945 tijdens de slag om Arnhem vrijwel geheel vernield.

Saillant detail inzake een ander Tooropwerk. De zwager van directeur Stokvis ,later zelf directeur van de firma, Abraham da Silva ( 1879-1957) gehuwd met Estella Stokvis (1873-1952) moesten gedwongen door de Duitse bezetter hun woonhuis aan het Bothaplein 4 in Arnhem verlaten in verband met hun Joodse afkomst. De inboedel was verpakt en tijdelijk opgeslagen aan de Velperweg 31 te Arnhem, alvorens verzending naar de Prins Hendriklaan 1 in Amsterdam had kunnen plaatsvinden. Hier werd door de Duitsers o.a. de crayontekening van Jan Toorop waarop 3 gestyleerde engelen met een harp (25 x 15 cm) geconfiskeerd. Verantwoordelijk in deze is waarschijnlijk Helmuth Temmler, hij was leider van het Gaukommando Düsseldorf en één van de Duitsers die Arnhem systematisch leegroofde toen de Britten en de lokale bevolking waren verjaagd. Hij zat ook achter de geruchtmakende nazikunstroof van dr. Smidt van Gelder uit “Villa Ben Travato” aan dezelfde straat (Velperweg no. 18 !) o.a het gestolen kunstwerk (de Oestermaaltijd- Jacob Ochtervelt (1634-1682).

Aangifte formulier d.d. 4 Oktober 1945 m.b.t. ontvreemde kunst. (Archief Stichting Nederlands Kunstbezit)
Brief van de Arnhemse NSB burgemeester Schermer aan de Rijkscommissaris

Plunderingen in Arnhem Najaar 1944.

Foto’s P. de Booys Arnhem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


6 × = veertig twee