De Mijnwerker (1915) Epos van de Arbeid.

v.l.n.r. dir. staatsmijnen J.C.F. Bunge,monseigneur H.A. Poels, Jan Toorop,Anthony Nolet, Miek Janssen, mijningenieur E. Wintgens en de Hoensbroekse pastoor Jan Röselaers.

Acht jaar na het portret van Ariëns nam Toorop opnieuw het initiatief voor de uitgave van een litho om geld in te zamelen voor een goed doel. Bovenstaand bezoek aan de mijnen te Heerlen en Hoensbroek in 1915 had diepe indruk op Toorop gemaakt. Om het werk van de kapelaan daar te steunen besloot Toorop een litho te laten uitkomen waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de bouw van een kerk. Hij tekende daartoe een van de mijnwerkers aan de arbeid. In een voordracht naar aanleiding van zijn bezoek aan Zuid-Limburg had de kunstenaar zich enthousiast uitgelaten over de “prachtige-Griekschen bouw” van sommige werknemers in de mijnen, maar de oudere man op zijn tekening, met zijn zorgelijke blik en ingevallen gelaat, verbeeldt vooral het zware bestaan van deze beroepsgroep. Enkele maanden later kwam de kleurenlitho uit, met rechtsonder een gedrukte signatuur en het opschrift ‘ Lith. Lankhout, Den Haag. De prent is geproduceerd door de Haagse lithografische inrichting S. Lankhout & Co, die in de jaren negentig van de negentiende eeuw ook een aantal van Toorop’s affiches had gedrukt. Al meteen is de Litho in een oplage van enkele duizenden verschenen. De uiteindelijke oplage bedroeg 6000 exemplaren. Toorop was erg ingenomen met het resultaat: “Ik heb zoo juist de reproductie op ware grootte van Lankhout ontvangen (proef) en die is buitengewoon mooi uitgevallen.” T’is wonderlijk de teekening gelijk’ schreef hij aan zijn vriend Anthony Nolet uit Nijmegen die hem ook vergezelde tijdens zijn bezoek aan de mijnstreek. (zie foto). Bernardus Molkenboer noemde de steendruk in Het Centrum van 4 december 1915 ‘uitnemend geslaagd’ Volgens Molkenboer moet de litho worden gezien als de ‘verheerlijking van het diep-gesmade mijnwerk” en is de prent in al haar lugubere zwartheid tegelijk een kreet om bijstand en een apotheose van de helden deze onderwereld. De litho was onder meer te koop bij de Amsterdamse boek-en kunsthandel C.L. van Langenhuysen, maar de verspreiding verliep ook via andere kanalen. In Nijmegen werd de prent door een enthousiaste groep Toorop-liefhebbers, onder wie Agatha Donkers, huis-aan-huis aan de man gebracht. Kennelijk was dit een succesvolle methode. In een brief van 10 januari 1916 aan de Maastrichtse Jezuïet Oscar Hof meldde Toorop dat de verkoop overal goed loopt en hij vroeg zich af of er in Maastricht niet ook zo’n propagandistisch troepje te vormen is.

(Bovenstaande foto is welwillend beschikbaar gesteld door hr. Royakkers Universiteit van Maastricht)

Een reusachtige crayon van een steenkoolhakkende mijnwerker in flauw verlichte mijnschacht” schreef de Haagse redacteur van het dagblad De Tijd op 30 Juni 1915 naar aanleiding van de expositie van Tooropwerken bij kunsthandel Theo Neuhuys in Den Haag . De Mijnwerker werd daar voor het eerst aan het publiek getoond.
De voorstelling toont een “Limburgse Kompel” een bonkige oude man, mager, maar wel gespierd. In gehurkte houding hakt hij de zwarte steenkool uit het Carboon van de stoffige pijler. De markante en karakteristieke kop straalt ondanks zijn zware beroep wilskracht, vastberadenheid en toewijding uit.

Het houweel symboliseert de strijd en de worsteling om een weg te breken door de harde materie, de mijnlamp het licht, de gedachte en bezinning.

Litho de Mijnwerker 1915.
Toorop’s werken de Mijnwerker en de IJzergieter werden wel eens door elkaar gehaald en ook verkeerde titels aan toe geschreven . Uit: Het Volk 14 september 1935. (IJzergieter dateert uit 1920)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


− zes = 1