Ulftsche IJzergieter 100 jaar!

fragment pastel Ulftsche IJzergieter 1922
Gemeente museum Helmond 176cmx125cm
Het aftappen van het vloeibaar ijzer bij de DRU omstreeks 1908 (ingekleurde foto)
“Ulftsche IJzergieter” 1920. (Pastel op papier)

Op 15 Maart 1920 schrijft Jan Toorop aan Anthony Nolet vanuit Den Haag dat hij aan de “Ulftsche IJzergieters” nog niet verder kon werken. Hij was er wel reeds lijnen in aan trekken, maar de achtergrond moest er nog in. De boel moest eerst groot van ritme zijn in aansluiting met de grote bouw van de tors. Hij zou Nolet wel op de hoogte brengen wanneer hij gereed kwam en hijzelf er tevreden over zou zijn. De minste van de twee grote tekeningen zou hij schenken aan de Haagsche Kunstkring die hij vroeger in 1891-’92 had helpen oprichten. Hij geeft aan dat deze krap bij kas zaten en hun daarom een verloting van werken hadden georganiseerd. Ook was er een tentoonstelling van die werken ,door hun aangekocht, voor deze loterij. Natuurlijk voor een schijntje aldus Toorop. De IJzergieter die ik in mijn atelier heb is verreweg de beste en de sterkste van de twee. Van de andere is toch niet veel van te maken, ofschoon die tekening op zichzelf ook mooi is. De afgekeurde IJzergieter wordt uiteindelijk bechikbaar gesteld als 2e prijs voor de verloting in April 1920. Op 22 Juni 1998 wordt hetzelfde werk geveild bij Sotheby’s in Amsterdam met als lot. 452 (Pastel on Paper 111 by 68 cm, DFL 12.000,– __ 15.000,–.)

Jan Toorop in zijn atelier te Den Haag 1920.
De door Toorop afgekeurde IJzergieter.

Kunstwerken met als thema de werkende mens liggen slecht in de markt. Het uitbeelden van de mens aan het werk heeft in de kunst nooit in hoog aanzien gestaan en als het al gebeurde dan was het vanwege de schilderachtigheid van het tafereel of werd de arbeid zelfs verheerlijkt zoals bij deze ijzergieters. De echte arbeid, het harde werken in een fabriek het sloven van arbeiders waren geen onderwerpen en bezaten geen schoonheidswaarde, die bij kunstenaars en hun afnemers erg geliefd waren. Maar weinig schilders raakten geboeid door het esthetische aspect van de arbeid. Toorop’s IJzergieters daarentegen zijn helden en hun arbeid wordt door hem op een sterk geidealiseerde wijze weergegeven. Hij beeldt dit onderwerp uit omdat hij het wel visueel aantrekkelijk vindt. “de felle arbeid van krachtige lichamen, zwoegend met de berusting van eenvoudige mensen, zwaar maar geweldig mooi.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


× zeven = 21