Amsterdam Rokin, expositie gebouw de Roos, 17 mei 1915.”Ik krijg alleen maar vleesch te zien”!

Anton van Welsem
Jan Toorop

Tijdens een expositie in Mei 1915 in de bovenzaal van het gebouw de Roos aan het Rokin te Amsterdam was de Ulftse kapelaan Anton van Welsem door Toorop uitgenodigd en kreeg van hem een persoonlijke rondleiding.

“Het was den 17den Mei 1915, dat ik het genoegen had met hem de tentoonstelling zijner werken in Amsterdam te bezoeken, waar wij dien dag de gasten waren van den bekenden uitgever L.J. Veen, waar toen juist uitgekomen was “Aan den Einder” van Miek Janssen.

Ik herinner me nog hoe hij lachend meetroonde naar een stukje “Rythmische golven” terwijl hij zei, knipogend naar een groepje bezoekers: “Ga eens mee, ’t is leuk zeg, wat die lui daar allemaal uithalen, uit die golven”! maar ik wilde u spreken over het portret van Mgr. Callier z.g. We stonden er samen voor toen hij op eens heel ex abrupt begon: “Ik heb het maar afgemaakt; ik kreeg telkens op mijn kop, dat ik het niet afmaakte, maar ik had er heel geen zin aan. Ik kon hem maar niet te pakken krijgen; die man (heel niet oneerbiedig bedoeld hoor!) hij geeft zich niet, ik krijg alleen maar vleesch te zien”. Wie weet hoe lang het geduurd heeft voor hij dr. Ariëns eigenlijk “te pakken” had zoals hij het noemde, begrijpt, dat Toorop er tegen op zag nog langer beslag te leggen op den tijd van Monseigneur, die zijn hekel aan het poseren dat hij als tijdverlies beschouwde, maar kwalijk vergen kon. Zeker is, dat Toorop zelf allerminst met dit portret ingenomen was en het à contre coeur afmaakte om er vanaf te zijn. Dit was althans de indruk die ik kreeg toen we er samen voorstonden en hij zich als het ware verontschuldigde dat hij er niet iets beters van had kunnen maken.

ANTON VAN WELSEM

Uit: Overijsselsch Dagblad 23-05-1928

Mgr. Callier oil on canvas 120cm x 100cm
17 April 1915

Voorpagina Katholieke Illustratie

Miek Janssen was echter over het portret van Mgr. Callier enthousiaster dan Jan Toorop getuige bovenstaande lovende woorden in haar beschrijving van het werk. Frans Deurvorst had voor de tentoonstelling die georganiseerd werd door Theo Neuhuys ook Tooropwerken beschikbaar gesteld. Waaronder zijn levensgroot zelfportret uit 1914. Ook verschillende composities op emaille in prachtige, rijke. diepe kleuren, waren aanwezig. De meeste bestonden uit religieuze voorstellingen en sommige waren bedoeld om als wandversiering te dienen.

Uit: De Kunst Jrg 7 no.379 – 01-05-1915 valt het volgende verslag te lezen.

Jan Toorop heeft in zijn gewilde kubistische hoekigheid, enigszins fauvistisch, het zo karakteristieke van de heer Deurvorst weergegeven. Een fabrikant bij zijn fabriek in Ulft , wilskracht maar ook heersersmacht, met wat ruws en zorgelijks, door die diepe denkgroeven – hoe zou men mensen regeren zonder zware zorgen? Vrouw en kind, klein, op het tweede plan, tussen de fabrieksbeheerser en zijn fabriek, duidelijk symbool van de werkelijkheid in het leven van de grootindustrieel.