Jan Toorop, Winterswijk 1874-1875

imageimageimage

Toen  Toorop als jongen van 13 jaar in 1871 alleen  vanuit Batavia naar Nederland kwam logeerde hij bij diverse gastgezinnen. Vanuit een 3 jarig verblijf in Leiden kwam hij in 1874 op 16 jarige leeftijd een jaar in Winterswijk wonen. Uit de autobiografische herinneringen 1858-1886 gedicteerd aan Anton Reichling SJ in 1927 volgt hier een korte samenvatting.

“Ik bezocht er de R.H.B.S. en  kende in Winterswijk dr. Bierens de Haan, volgde tekenlessen bij Schut * en tekende cahiers vol bloemen. Ik weet niet waar die dingen zitten. Ik sloeg in de botanie!  Bierens de Haan was directeur van een “Plantentuin”. Ik kende goed de bomen en bloemen. Nu ben ik het vergeten, ken alleen nog rozen, anjelieren en andere gewone bloemen. De reuk kan ik nog heel goed onthouden. De reis Naar Winterswijk was heerlik. Er waren nog geen treinen. In een sneeuwstorm kwam ik in ‘n omnibus van Lochem naar Winterswijk. Dr. te Lintum zat met mij in dezelfde klas, we kegelden bij het kroegje “den Boei”. Het was een heerlik leven. Ook hier weer toneel onder elkaar. Ik ging op catechisatie bij dr. Posthumus Meyes! ik was geen heiden voor ik Katholiek werd. Hij preekte prachtig, maar hij spoog ‘t publiek onder schuim. Het was een goed man. Hier was ik verliefd op ‘n meisje Willink, ‘t was een mooie verliefdheid en ‘t kwam tot geen sensuelen handtastelijkheden: onze kussen waren kuis! De ouders vonden ‘t aardig, ik danste veel met haar. Telkens langs d’r huis lopen om te zien of ze niet voor ‘t raam stond!

Noten: Toorop verliet Leiden in 1874 en woonde in bij Jan van den Berg. Het deel van het bevolkingsregister van Winterswijk, waarin Toorop vermeld werd is sedert het uitbreken van de 2e wereldoorlog spoorloos verdwenen. Een getypte index over de jaren 1874-1890 aanwezig in het streekarchief te Doetinchem vermeldt echter J.Th. Toorop als woonachtig op A105f, hetzelfde adres als Jan van den Berg. Chris te Lintum geb. te Winterswijk in 1863 en aldaar wonende op A45 sinds 1890 leraar aan de 1e H.B.S. te Rotterdam, later stadshistoricus aldaar. Het meisje Willink behoorde waarschijnlijk tot de familie van de textielfabrikant Willink, (zie Nederlands Patriciaat 1989. p. 344-384.)

image

Tekenleraar G.W. Schut * was sedert 1870 verbonden als leraar aan de R.H.B.S te Winterswijk, evenals Jan Toorop kreeg Piet Mondriaan, die later ook in Winterswijk woonachtig was, privé en  tekenles van Schut. Omstreeks 1885 krijgt hij na de lagere school twee jaar aanvullend onderwijs omdat voor Mondriaan De Rijks HBS niet was weggelegd daar de “Christelijke signatuur” ontbrak. G.W. Schut in 1910 tijdens zijn 40 jrg jubileum aan de R.H.B.S te Winterswijk.  In hoeverre hij wellicht als mentor invloed heeft gehad op deze twee talentvolle leerlingen is niet bekend, maar zijn tekeninstructies zoals het kopiëren van anatomische gipsmodellen en adviezen over perspectief-tekenen hebben hier zeker wel aan bijgedragen.

 

image

Een schooljaar lang 1874-75 woonde Jan Toorop in Winterswijk, Hij bezocht er de pas opgerichte R.H.B.S. aan de Zonnebrink en woonde op nummer A 105 f. hetzelfde nummer waar ook J.C. van den Berg woonde. Dit nummer blijkt overeen te komen met de huidige Zonnebrink 7. Het betreft dus, vanuit de school gerekend, de derde van de lerarenwoningen, die toen net waren gebouwd. Jan van den Berg was in de jaren 1873-75 aan de school verbonden als leraar geschiedenis en aardrijkskunde. In 1875 vertrok hij met zijn gezin en met Jan Toorop naar Den Haag.                                                                      Met “Dr. Bierens de Haan” bedoelde Toorop R.E. de Haan. Deze was niet slechts directeur van een “plantentuin” maar directeur van de RHBS. Hij bekleedde die functie vanaf de stichting van de school in 1870 tot 1897. Hij gaf les in de vakken scheikunde,natuurkunde, plant-en dierkunde, staathuishoudkunde en boekhouden. Een grote tuin bij de school, met een vijver en waterplanten in het midden, had hij ingericht voor botanisch onderwijs. Ter gelegenheid van het 25 jrg bestaan van de school somde hij de beroepen op van oud-leerlingen en vermeldde dat er vier van hen kunstschilder waren geworden “en wij verheugen ons erin , dat de heer TOOROP onder dit getal hoort.

Hoewel 16 jaar oud kwam Jan Toorop in de eerste klas. De leerlingen kregen toen vijf keer per jaar een rapport. Toorops cijfers waren niet slecht. Hij behaalde bijna geen onvoldoendes, maar ook geen extreem hoge cijfers, op een uitzondering na. Het  hoeft ons niet te verbazen, dat die uitzondering het vak handtekenen betrof. Voor de periode september-oktober begon hij heel gewoon, met een zeven. De volgende drie periodes kreeg een acht en in mei-juni zowaar een negen.

Bij Toorop in de klas zat ook de latere historicus dr. te Lintum. Het betrof  Chris te Lintum in 1863 in Winterswijk geboren als zoon van een schrijnwerker. Sinds 1898 was hij leraar geschiedenis aan de eerste HBS te Rotterdam later stadshistoricus aldaar.                     Toen ze samen gingen kegelen was Toorop vijf jaar ouder. Het kroegje “den Boei” hebben we niet kunnen traceren. De predikant bij wie Toorop catechisatie-les volgde was niet dr. Posthumus Meyes maar ds. F. Meiijes. In 1857 werd hij beroepen vanuit Leersum. in 1877 ging hij met emeritaat en overleed in 1891.

En wie was het “meisje Willink” dat door Toorop op zo kuise wijze werd gekust? Er van uitgaand dat hij min of meer in notabele kringen verkeerde, komen maar liefst zeven jonge dames in aanmerking. Het betreft drie dochters van Hendrik Willink, oprichter van de Witstoom, wethouder en mede-oprichter van de RHBS, te weten Christina Margaretha (geb. 1857) , Margaretha Hermina (geb. 1858) en Anna Catharina (geb.1860), twee dochters van Herman Willink, mede-firmant van de Witstoom en gemeente raadslid, te weten Christina Margaretha (geb. 1855) en Margaretha Anna (geb. 1863) en twee dochters van Jan Willink, oprichter van NV Bontweverij De Batavier en gemeente-raadslid, te weten Hendrika (geb. 1858) en Christina (geb. 1860). Voorwaar een aantrekkelijke en ruime keus! Lettend op de leeftijd vallen er enige af. Het blijft een beetje gokken, maar de meeste kans geven we Hendrika. Zij woonde tegenover de Satinksplas, in een huis dat centraal gelegen was en daardoor geschikt om min of meer opvallend voor het raam te staan. Misschien was ze ontvankelijk voor een romantische jeugdliefde.                En of haar ouders verkering met zo’n  “Indo” echt zo  “aardig” zullen hebben gevonden? Misschien moeten we ook niet alles willen weten ………

image

Met dank aan Wim Scholtz uit Winterswijk  die Toorop’s herinneringen poogde aan te vullen en  te verbeteren, daar zijn geheugen niet altijd even feilloos bleek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


× 3 = zevenentwintig

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>