Familie Deurvorst poserend voor Villa Zeno omstreeks 1910.

Terwijl de zoontjes van fabrikant Deurvorst voor hun fraaie villa, keurig gekleed in matrozenpakjes, poseerden voor de fotograaf, troffen hun leeftijdgenootjes een heel andere entourage aan. In het poetshok moesten vanaf 12 jaar de z.g. poetsjongens de gegoten stukken ontdoen van allerlei onregelmatigheden zoals aangekoekt vormzand en braam. Met stalen borstels, vijlen en krabbers moesten ze het gietwerk schoonmaken. Dit ging gepaard met een grote hoeveelheid stof en door onvoldoende ventilatie en stofafzuiging zaten ze soms tot de enkels toe in de zwarte stofmassa. Het puntige scherpe anorganische stof veroorzaakte dan ook veel afwijkingen in het slijmvlies van neus, keel en longen dat resulteerde in trachitis,bronchitis met als complicatie longemfyseem en vormde een indirecte oorzaak van longtuberculose. Dit kwam dan ook geregeld in menig Ulfts gezin voor.

Schets door Jan Toorop van een poetsjongen

Onderstaand interview uit 1954 met een oud werknemer van de DRU geeft aan dat het werk als 12 jarige niet geheel zonder gevaar was.

Ook in de gieterij waren de arbeidsomstandigheden slecht. De ijzergieters liepen een groot risico op ernstige brandwonden. Gloeiende ijzerspatten konden tijdens het gieten in de klompen springen en veroorzaakten gevaarlijke 3e gr. brandwonden . Huisarts Ph. Cappetti werd dan ook vaak geraadpleegd om 1e hulp te bieden bij deze ernstige verwondingen.

Ph.P. Cappetti (1890-1955)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


1 + = tien