Over Hennie Berendsen

Hennie Berendsen is Toorop liefhebber pur sang. Hij bezit een uitgebreide Toorop bibliotheek en collectie. Daarnaast is hij moderator bij JanToorop.com .

“Indië heeft veel voor mij betekend en kan niet meer uit mij worden weg gedacht,de grondslag van mijn werk is Oostersch” 1925.

Met deze woorden maakte Jan Toorop in 1925 tijdens een interview door Henri Wissing duidelijk dat hij altijd meer of minder beïnvloedt werd door de Javaanse cultuur. (Henri Wissing, onder pseudoniem van F.I.R. van Eeckhout, gesprekken met kunstenaars Jan Toorop, 1925-p.14).

Dit kwam dan ook veelal tot uiting in zijn oeuvre ook in zijn latere symbolistische werken. Het schaduwspel van de Wajangpoppen prikkelde zijn fantasie en inspireerde hem tot de bewegende en geometrische lijnen in zijn symbolisme.

Zelfportret van Jan Toorop in zijn atelier ( 1880)
Detail van bovenstaande afbeelding

Dit zelfportret is dan ook bezield met Javaanse cultuur. Textielexperts Madelief Hohé van het Kunstmuseum en Daan van Dartel van het Museum van Wereldculturen keken mee: de uitgebeelde Batik is waarschijnlijk een Sarong en heeft typisch Javaanse puntvorming,Tumpal, schuingerekte vormen als dolken, Parang. De andere motieven op doeken zijn Indonesisch-Chinees van oorsprong. Hij draagt een Celena of slaapbroek, die veel door Indo-Europeanen werden gedragen. Het lijkt of Toorop al die spullen om zich heen wilde absorberen. Java hoort bij hem, hij toont zijn inspiratie met trots. De batik is dan ook prachtig in verf gevangen.

Met dank aan Wieteke van Zeil Kunsthistoricus (Volkskrant)

Ulftse IJzergieter uit 1922

Ulftse IJzergieters 1920
Ulftse IJzergieter 1920

Toorop vermengde in zijn symboliek invloeden van het Oosten met die van het Westen. Zo ook in zijn fraaie pastelwerken van de Ulftse IJzergieters. in plaats van een arbeiderskiel en broek beeldde hij ze af half ontbloot en gehuld in een Jarik (Javaanse broek of omslagdoek). Hierop zijn de “Oostersche” invloeden en kenmerken duidelijk zichtbaar, een ornamentaal kleurrijk lijnenspel, ritmisch weergegeven.

Familie Deurvorst poserend voor Villa Zeno omstreeks 1910.

Terwijl de zoontjes van fabrikant Deurvorst voor hun fraaie villa, keurig gekleed in matrozenpakjes, poseerden voor de fotograaf, troffen hun leeftijdgenootjes een heel andere entourage aan. In het poetshok moesten vanaf 12 jaar de z.g. poetsjongens de gegoten stukken ontdoen van allerlei onregelmatigheden zoals aangekoekt vormzand en braam. Met stalen borstels, vijlen en krabbers moesten ze het gietwerk schoonmaken. Dit ging gepaard met een grote hoeveelheid stof en door onvoldoende ventilatie en stofafzuiging zaten ze soms tot de enkels toe in de zwarte stofmassa. Het puntige scherpe anorganische stof veroorzaakte dan ook veel afwijkingen in het slijmvlies van neus, keel en longen dat resulteerde in trachitis,bronchitis met als complicatie longemfyseem en vormde een indirecte oorzaak van longtuberculose. Dit kwam dan ook geregeld in menig Ulfts gezin voor.

Schets door Jan Toorop van een poetsjongen

Onderstaand interview uit 1954 met een oud werknemer van de DRU geeft aan dat het werk als 12 jarige niet geheel zonder gevaar was.

Ook in de gieterij waren de arbeidsomstandigheden slecht. De ijzergieters liepen een groot risico op ernstige brandwonden. Gloeiende ijzerspatten konden tijdens het gieten in de klompen springen en veroorzaakten gevaarlijke 3e gr. brandwonden . Huisarts Ph. Cappetti werd dan ook vaak geraadpleegd om 1e hulp te bieden bij deze ernstige verwondingen.

Ph.P. Cappetti (1890-1955)

Zeeuws meisje leunend tegen een hooiberg 1904

olieverf op linnen 28,6 x 37,8 cm

Een fraai divisionistisch schilderij uit 1904, voorstellende “Girl resting against a haystack” kwam op 19 Februari 2019 onder de hamer bij het gerenomeerde veilinghuis Christie’s in Londen. Het werk maakte voor 1913 onderdeel uit van de collectie behorende aan Frans Deurvorst uit Ulft. Hij bezat destijds 1 van de grootste particuliere verzameling Tooropwerken van ons land. Het neo-impressionistisch uitgevoerd werk met naast elkaar geplaatste zuivere tinten van rood, groen en blauw geeft een prachtig kleurenpallet weer.

Provenance: F. Deurvorst, Ulft. before 1913 Kunsthandel L.J. Kruger, The Hague Anonymus sale, Sotheby’s, Amsterdam, 1 December 1997,nr.514. Acquired at the above sale by the present owner. Sale Christie’s, London, 19 February 2019, nr. 552

Impressionist and Modern Art Day Sale London 28 February 2019.

Price realised GBP 55.000

Briefkaart uit Domburg van Toorop aan Nolet 1912

Toorop raakte gefascineerd door het Zeeuwse landschap met zijn helder licht. Hij vond er inspiratie voor zijn talloze werken en bereikte prachtige lichteffecten. Hij koos vooral Zeeuwse meisjes en vrouwen in hun traditionele klederdracht die allerlei folkloristische handelingen aan het uitvoeren waren. Het hooien, melken, legen van een ton of het vervoeren van eieren in een mandje waren favoriete onderwerpen voor zijn composities.

zeeuwse meisjes te Domburg 1909 olieverf op paneel (26 x 39,5)
Collectie museum Jan Cunen Oss
Zeeuws meisje met mand in boomgaard (olie op paneel 37,4 x 29,5 cm). Particulier bezit

Ulftenaar stond model voor apostel Petrus.

Middelste lancet is de Ulftenaar Engelbart Robben (1834-1917) afgebeeld. Hier te zien op het ontwerpcarton voor het Apostelraam van de st.Josefkerk te Nijmegen.
1912

Engelbart Robben op 78 jarige leeftijd
Voorstudie van het laatste Avondmaal, links naast Christus wederom Engelbart Robben.
De Apostelgroep is nog niet volledig .

Ook hele tere fragiele tekeningen in waterverf kwamen tot stand, helemaal naar de geaardheid van Toorop die al deze facetten in zich droeg.
Het Stedelijk Museum te Amsterdam bezit een hele reeks Apostelfiguren in zwart krijt en houtskool. Hij bereikte hiermee nogal zware maar sprekende karakterkoppen.

Het laatste Avondmaal altaarpaneel st. Franciscushuis te Amsterdam 1914.

Getekend,doorleefd en doorgroefd portret van DRU arbeider 1916.

Lith. exterieur DRU fabrieken met linksonder de neo-eclectische directievilla “Zeno”

Dit ” Vue Generale” sierde decennia lang het briefhoofd van het bedrijf

1916 DRU arbeider door Jan Toorop weergegeven in zwart krijt 40 x 30 cm
Detail
DRU arbeiders poserend voor de Gieterijgebouwen omstreeks 1910

Tijdens zijn logeerpartijen bij de familie Deurvorst vond Jan Toorop gastvrij onderdak in hun prachtige villa. Vanuit hier had hij een goed zicht op de colonnes arbeiders die dagelijks de villa passeerden. Het aantal werknemers bedroeg in die tijd meer dan 400. Naast de opdrachten zag Toorop ook tijd om vrij werk te maken en vond die inspiratie zowel in als buiten de fabriek. Hij raakte gefascineerd door de stoere, markante en diep gegroefde koppen van sommige arbeiders zoals hij ook onder de indruk was van de fysieke uitstraling en gezichtsuitdrukking die bepaalde boeren en vissers bezaten. Het bovenstaand geleefde en verweerde gezicht is dan ook goed weergegeven. Middels dit “en profil” portret laat het al die expressieve facetten zien waaraan het zware leven valt af te lezen. “Jan met de Pet” het prototype van de Arbeider.

Zo zag Toorop deze colonnes arbeiders massaal marcheren tijdens zijn verblijf in 1914 (houtskool met wat krijt)

Ulftsche IJzergieter 100 jaar!

fragment pastel Ulftsche IJzergieter 1922
Gemeente museum Helmond 176cmx125cm
Het aftappen van het vloeibaar ijzer bij de DRU omstreeks 1908 (ingekleurde foto)
“Ulftsche IJzergieter” 1920. (Pastel op papier)

Op 15 Maart 1920 schrijft Jan Toorop aan Anthony Nolet vanuit Den Haag dat hij aan de “Ulftsche IJzergieters” nog niet verder kon werken. Hij was er wel reeds lijnen in aan trekken, maar de achtergrond moest er nog in. De boel moest eerst groot van ritme zijn in aansluiting met de grote bouw van de tors. Hij zou Nolet wel op de hoogte brengen wanneer hij gereed kwam en hijzelf er tevreden over zou zijn. De minste van de twee grote tekeningen zou hij schenken aan de Haagsche Kunstkring die hij vroeger in 1891-’92 had helpen oprichten. Hij geeft aan dat deze krap bij kas zaten en hun daarom een verloting van werken hadden georganiseerd. Ook was er een tentoonstelling van die werken ,door hun aangekocht, voor deze loterij. Natuurlijk voor een schijntje aldus Toorop. De IJzergieter die ik in mijn atelier heb is verreweg de beste en de sterkste van de twee. Van de andere is toch niet veel van te maken, ofschoon die tekening op zichzelf ook mooi is. De afgekeurde IJzergieter wordt uiteindelijk bechikbaar gesteld als 2e prijs voor de verloting in April 1920. Op 22 Juni 1998 wordt hetzelfde werk geveild bij Sotheby’s in Amsterdam met als lot. 452 (Pastel on Paper 111 by 68 cm, DFL 12.000,– __ 15.000,–.)

Jan Toorop in zijn atelier te Den Haag 1920.
De door Toorop afgekeurde IJzergieter.

Kunstwerken met als thema de werkende mens liggen slecht in de markt. Het uitbeelden van de mens aan het werk heeft in de kunst nooit in hoog aanzien gestaan en als het al gebeurde dan was het vanwege de schilderachtigheid van het tafereel of werd de arbeid zelfs verheerlijkt zoals bij deze ijzergieters. De echte arbeid, het harde werken in een fabriek het sloven van arbeiders waren geen onderwerpen en bezaten geen schoonheidswaarde, die bij kunstenaars en hun afnemers erg geliefd waren. Maar weinig schilders raakten geboeid door het esthetische aspect van de arbeid. Toorop’s IJzergieters daarentegen zijn helden en hun arbeid wordt door hem op een sterk geidealiseerde wijze weergegeven. Hij beeldt dit onderwerp uit omdat hij het wel visueel aantrekkelijk vindt. “de felle arbeid van krachtige lichamen, zwoegend met de berusting van eenvoudige mensen, zwaar maar geweldig mooi.”

20 november 1921 “Wanneer kan Charley 1 of 2 dagen in Ulft komen”

Jan Toorop ,Charley Toorop en Annie Toorop-Hall

Jan Toorop schreef zijn vriend tevens mecenas Frans Deurvorst met het verzoek om uit zijn ijzergieterij/emailleerfabriek enige potten,pannen en een keukenfornuis voor Charley te kopen. Dit met “gesloten beurs” en stelt voor deze betaling middels een tekening te willen voldoen. “Oude methode Ruilhandel”.

De Vlerken Bergen NH

Charley had inmiddels een fraai woonhuis ” De Vlerken “(ontwerp P.L. Kramer) in Bergen NH laten bouwen, dat door Jan Toorop grotendeels gefinancierd is. Welk werk wat hiervoor door Toorop is gemaakt valt moeilijk te achterhalen gezien de omvangrijke Tooropcollectie van Deurvorst. Dochter Charley was wel vertegenwoordigd in deze collectie en wel met een mooi stilleven. Olie op doek met als titel “Stilleven met een aarden kruik” uit 1914.

HER: Kunsthandel Van Lier,Veere; A. Lehning, Amsterdam; F. Deurvorst,Terborg; Kunsthandel M.L. de Boer Amsterdam. In Juni 1964 is het verworven met steun van de Vereniging Rembrandt en van Mr. Hannema-De Stuers stichting het maakt nu deel uit van het Museum de Fundatie in Zwolle.

Op een tafel met blauw kleed een grote bruine aarden kruik met rossige gladiolen.Op een groen bordje een gele citroen.Rechts op de voorgrond grote rode appels. De felle kleuren tonen duidelijk aan dat het expressionisme, waarvoor Vincent van Gogh in zijn laat-Franse periode de basis legde, haar niet onberoerd heeft gelaten. De vormgeving heeft nog iets van het Kubisme zoals dat o.a. naar voren komt in een stilleven van rozen door Auguste Herbin, thans in Otterlo. In de forsheid van het werk (77 x 76 cm) is zij waarschijnlijk beinvloed door het werk van de Russische schilder Kontchalowski dat Charley in 1913 op de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum te Amsterdam heeft kunnen zien. Sommige kleuren vooral in de contrasten van geel op groen wijzen erop dat zij het werk van Kees van Dongen gekend heeft. Er zit in dit doek een bewogenheid welke een contrast vormt met haar later meer neo-realistisch werk, waarvan de uitbeelding wel eens te nadrukkelijk wordt.


Na het overlijden van directeur Frans Deurvorst kwam het in bezit van zijn zoon Frank en prijkte het tussen zijn schilderijencollectie in zijn landhuis op de Paasberg in Terborg.

Deurvorst Dynastie omstreeks 1928

Frank Deurvorst (1900-1976) was sedert 1930 hoofd van het chemisch laboratorium bij de DRU in Ulft en belast met de kwaliteitscontrole van de geemailleerde producten. Hij volgde professor Kley uit Delft op. De pas afgestudeerde Ir. Deurvorst moest echter nog ruim een half jaar specialistische studies volgen aan de universiteit van Karlsruhe. Hij heeft door zijn deskundigheid een grote bijdrage geleverd aan de wereldvermaarde geëmailleerde producten van de DRU. In 1965 bij zijn pensionering deed toenmalig directeur Daamen dan ook een markante uitspraak ” als mijnheer Deurvorst zijn bruine jasje aan heeft daalt het FOX percentage” (FOX = 2e keus)

Ir. Frank Deurvorst 1965

Foto’s van het stilleven zijn welwillend beschikbaar gesteld door (www.agreylady.nl).

“Ik ben toch zoo verlangend om uwe vioolklanken weer eens te horen.” Nijmegen 28 augustus 1922.

Violiste Gabriella (Mili) Herman (1901-1991)

Pastel door Willy Sluiter 1922

Violiste Gabriella Henriette (Mili) Herman geb. op 07 juli 1901 te Szatmar in Hongarije was een zeer getalenteerd violiste. Al op jeugdige leeftijd blonk ze uit in haar vioolspel wat haar de naam “Het Wonderkind met de viool” opleverde . Jan Toorop was zeer geadoreerd van haar muzikale kwaliteiten. Ze was dan ook een graag geziene gast bij Toorop en Nolet maar ook bij de familie Deurvorst in Ulft. Ze verbleef net als Toorop ook veel in Domburg.

De muziekbeoefening was gebruikelijk in dit milieu, Toorop zelf speelde aardig op de piano en Nolet was een actief cellist. In het milieu van de Nijmeegse R.K. elite waaronder Van Heukelom, Terwindt en Weve werd de muziek in een societeit onder gebracht. Veel orkestleden waaronder Leon Bouwman, directeur van de Nijmeegse muziekschool, Jan Vel een Nijmeegs muziekleraar en beroepsmusicus en de uit Mook en Middelaar afkomstige Sebastiaan Ladner maakten hiervan deel uit. Een fraai groepsportret door Toorop gemaakt staat bekend als het “Strijkkwartet” uit 1911. Het repertoire van dit kwartet bevatte onder meer Haydn en Bach.

In 1926 trouwde Mili in Boedapest met Goswin Eduard Lups uit Velp en ging wonen op zijn kasteel Biljoen te Velp. Daar heeft ze tot op hoge leeftijd ,na het overlijden van haar echtgenoot in 1984 , vrij sober geleefd en gewoond tot ze in 1991 kwam te overlijden op haar geliefde landgoed.

Voorstudie door Jan Toorop 1921
Mili verkeerde veel in het kunstenaarsmilieu ze was een artistieke vrouw met een grote belangstelling voor de schilderkunst, getuige ook de vele portretten o.a. door Toorop, Sluiter en van der Hem . Niet zo verwonderlijk ze was een nicht van de bekende Hongaarse kunstschilder Maurice Goth uit Domburg!
Portret door Piet van der Hem
enigzins melancholisch weergegeven
Brief uit 1922 van Toorop op briefpapier van Nolet uit Nijmegen aan Mili Herman waarin hij zich verlangend uitspreekt om haar vioolklanken weer eens te horen. Of het alleen om haar muzikale kwaliteiten ging laat zich raden.
(met dank aan het RKD)
Linker wangstuk Engel
Fragment van rechterwangstuk
Detail linker Engel
Annotering en signatuur 1922 J.Th. Toorop
Het door Toorop beschilderd altaar (zie brief) in de kapel van Huize Bethlehem aan de st. Antoniusplaats in Nijmegen

In 1920 maakte Toorop onderstaand portret van Mili. Het is in zwart krijt weergegeven met een oranjekleurig stadsgezicht. Deze achtergrond vertoont in sfeer verwantschap met zijn werken Adoratie Brugge-Goddelijke Liefdegang en Gebed voor een Kruisweg die Toorop respectievelijk in 1914 en 1916 vervaardigde. Aan de linkerzijde wordt de compositie afgesloten door een viertal langgerekte, harpspelende nonnen, terwijl rechts een schip onder een brug doorvaart op het moment dat een ruiter te paard het water oversteekt. Op basis van deze details is het onmogelijk deze voorstelling topografisch te duiden. Naar het zich laat aanzien kende Toorop middels deze elementen een symbolische betekenis aan het werk toe. Wat de aanleiding tot de vervaardiging van het portret was is niet bekend. Mili zelf heeft deze tekening in dit geval niet in bezit gehad.

Mili Hermans 1920
zwart krijt en potlood


Drie generaties Nolet door Jan Sluijters op doek gezet.

Jan Toorop introduceerde de schilder Jan Sluijters bij Anthony Nolet. Deze portretteerde in 1918 (31 mei) zijn vrouw Helene Nolet-Vonk de Both (1883-1967) en later in datzelfde jaar ook zijn jongste dochter Clementine Nolet (geb. Nijmegen 13 januari 1916) als twee jaar oud meisje met een fraaie,grote, strik in het haar. Nolet was een kunstverzamelaar, die in de huiskamer van zijn woning in Nijmegen aan de st. Annastraat 113 ondermeer omringd was door de twee later door Jan Sluijters geschilderde portretten van hemzelf als cellist (1920) en zijn oudste dochter, Cara Nolet (1908-1993), uit 1926. Na de Tweede Wereldoorlog maakte Anthony Nolet zijn kunstverzameling om financiele redenen te gelde, maar ook al in 1924 heeft hij om financiele redenen een deel van zijn Toorop-collectie geveild.

Interieur woonkamer echtpaar Nolet aan de st. Annastraat te Nijmegen

Anthony (Toon) onderhield een intensieve relatie met zijn zwager, Franciscus Bernardus Deurvorst (1857-1931) directeur van N.V. Ulftsche IJzergieterij en Emailleerfabriek Diepenbrock en Reigers te Ulft, die in 1927 ook door Jan Toorop treffend getekend is. De zwagers Nolet en Deurvorst zijn tijdens een van de vele bezoeken over en weer met hun beide echtgenoten te Ulft door Toorop prachtig uitgetekend.

Anthony Nolet als cellist in 1920
Clementine Nolet op 2 jarige leeftijd

Jan Toorop was benieuwd hoe bovenstaand portretje was uitgevallen en informeerde Nolet daarover middels zijn brief gedateerd 18 juni 1918. (zie onderstaand fragment)

Cara Nolet op 18 jarige leeftijd in 1926
Helene Nolet-Vonk de Both 1918
Margrietje Nolet dochter van Cees Nolet en kleindochter van echtpaar Nolet-Vonk de Both op 6 jarige leeftijd 1946


Jan Sluiter in zijn atelier met portret van Margrietje 1946

“zoo groots gezien en monumentaal van bouw” de Ulftse IJzergieter 1920

Exterieur IJzergieterij & Emailleerfabriek Diepenbrock & Reigers Ulft
exterieur IJzergieterij Diepenbrock & Reigers Ulft 1914
door J. Toorop tekening zwart en gekleurd krijt (19,7 x 48,6 cm
)
Interieur IJzergieterij Diepenbrock & Reigers omstreeks 1920

Schets ontwerp De IJzergieter

Lithografie Ulftse IJzergieter door Jan Toorop 1920


Toorop vervaardigde deze pasteltekening van de IJzergieter ( 1.50 cm x 88cm) in 1920. Hij staat op het punt het vloeibare ijzer in een vormkast te gieten. Het geldt dan ook als een prachtig voorbeeld van de verheffing van de Arbeider in de 20e eeuw.

Uit: Elsevier’s geill. Maandblad Juli 1921 door dr. G. Knuttel Wzn.
Expostie Jan Toorop bij Kleykamp in Den Haag

“Ook te zien de buitengewone tekening van de IJzergieter. Hier heeft hij het beste gegeven van wat wij van hem kennen. In de samenvattende weergave van het krachtige mannenlichaam en deze prachtige zuivere naaktfiguur is zo groots gezien en monumentaal van bouw, sterk van lijn, dat de zware bijna ornamentale omlijsting van architectonische motieven er absoluut niet mee in tegenstelling is en men ook niet gestoord wordt door de superbe maar decoratief opgevatte groep rennende ruiters langs de bovenrand of de rijzige gestyleerde biddende figuren in de rechts opgaande muur. Men doet misschien niet te vragen naar de zin, anders dan formeel, deze figuren ………. Men geniete slechts van de tekening zelf. Van den prachtige bouw en evenwichtige compositie.”